woensdag, 7 februari 2024

Gijs begint zijn verhaal met het toelichten van een aantal basisprincipes in de informatieverwerking die voor iedereen hetzelfde werken. De informatieverwerking begint met een verwachting. Die verwachting wordt getoetst aan je waarnemingen. Waarnemingen zijn volgens Gijs niet puur objectief; in je waarneming neem je namelijk eerdere leerervaringen en je verwachtingen mee. Als je verwachting niet uitkomt, wordt dit een ‘voorspellingsfout’ genoemd. Zo'n voorspellingsfout betekent dat je brein moet schakelen en dit kost je energie. Je brein en gedrag zijn erop gericht om een fijne prikkelbalans te houden tussen het uitkomen van verwachtingen en nieuwe leerervaringen opdoen. 
 
De balans van hoeveel leerervaringen en hoeveel ‘uitgekomen verwachtingen’ die je als persoon prettig vindt, is per persoon uniek. Gijs pleit voor een continuüm waarop ieder mens geplaatst kan worden; aan de ene kant staan mensen met heel globale en flexibele verwachtingen (met veel ‘speelruimte’ in hun verwachtingen). Aan de andere kant staan mensen die heel precieze en gedetailleerde verwachtingen hebben (weinig speelruimte). Bij die eerste groep geldt dat verwachtingen makkelijk bij te sturen zijn, dat ze niet snel uit balans gebracht zijn en dat ze een vrij globale regiebehoefte hebben. Bij mensen met heel gedetailleerde verwachtingen is er zeer snel sprake van voorspellingsfouten. Deze groep mensen kan daardoor meer stress ervaren en heeft meer regiebehoefte (en vaak op specifieke gebieden). Bij mensen die globale verwachtingen hebben, kunnen veel verschillende situaties toch in dezelfde categorie vallen en hierdoor als 'bekend’ en ‘veilig’ aanvoelen. Bij mensen met zeer gedetailleerde verwachtingen, zal elke situatie weer voelen als een nieuwe situatie.  
 
Het gedrag dat iemand laat zien, is als het ware de output aan het einde van het infomatieverwerkingsproces. Het gedrag is erop gericht de regie te pakken en invloed uit te oefenen op je prikkelbalans. Je wilt als mens zo min mogelijk voorspellingsfouten; voor mensen met heel precieze verwachtingen is het dus harder werken om alles in goede banen te leiden. Gijs legt over mensen met autisme uit dat er bij hen sprake is van die precieze/gedetailleerde verwachtingen. Mensen met autisme kunnen daardoor soms ook een hyperfocus hebben. Zij kunnen moeilijker hun aandacht verleggen. Hun gedrag is meer gericht op details en daarmee is binnen deze groep mensen ook een zeer grote verscheidenheid aan verschillende gedragingen te zien. Er zijn bij hen meer gedragingen en interessegebieden die als ‘uitschieter’ of bijzonder worden beschouwd. Bij die specifieke interesses zie je soms dat zij daar meer speelruimte voelen, omdat zij er veel kennis over hebben. Die interesses voelen daardoor veilig aan en leveren minder stress op. Voor mensen met globale verwachtingen en een globale focus is het gemakkelijker om het globale plaatje te zien, terwijl mensen met autisme erg gefocust zijn op de losse details en hierbij het grotere geheel kunnen missen. Dat zou ook een verklaring kunnen zijn waarom het voor mensen met autisme moeilijk is om emoties bij anderen te herkennen (hiervoor moet je alle details integreren tot een totaalbeeld). 
 
Na het verhaal van Gijs praatten we in groepjes door over hoe bovenstaande informatie je kan helpen kijken naar jouw cliënten; hoe verwerkt iemand informatie? Waar zit iemand op dat continuüm (heel globaal of juist gedetailleerde verwachtingen)? Dit kan je gebruiken in je benadering en door het uit te leggen aan naasten en verzorgenden, kan je ook zorgen voor meer begrip. 
 

Er volgt nog een digitale herhaling (via Zoom) van de studiemiddag. Houdt hiervoor de website en nieuwsbrief van de PgD in de gaten. 

developed by