woensdag, 6 mei 2026

In de afgelopen periode is de vakgroep door vertrek van meerdere collega’s sterk uitgedund geraakt en kwam ook de continuïteit van de praktijkopleidingsplaats onder druk te staan. Daarmee diende zich als vanzelf een wezenlijke vraag aan: wat maakt dat mensen vertrekken, en misschien nog belangrijker, wat maakt dat zij weer willen komen en blijven? Het raakt aan thema’s als professionele ruimte, positionering en cultuur — en daarmee aan de noodzaak van een bredere cultuuromslag.

In deze situatie werd mij, als gepensioneerde GZ-psycholoog met zo’n 32 jaar ervaring in de ouderenzorg, gevraagd om in te springen. Ik ga graag een opgave aan die niet alleen organisatorisch van aard is, maar vooral ook een inhoudelijke en professionele uitdaging vormt: wat is er nodig om de ouderenpsycholoog stevig te positioneren als essentieel onderdeel van goede zorg?

De ambitie is helder. Opella wil bouwen aan een vakgroep ouderenpsychologie die een vanzelfsprekend en onmisbaar onderdeel vormt van de kwaliteit van zorg. De ouderenpsycholoog staat daarbij niet op zichzelf, maar is ingebed in het geheel van cliënt, naasten, zorgmedewerkers, andere behandelaren en organisatie. Juist in die samenhang ligt de kern van het vak.

Deze ambitie sluit nauw aan bij de recent herijkte visie van Opella: “wij geloven in zorg die de hele mens ziet.” Dat uitgangspunt raakt direct aan het werk van de psycholoog, die kijkt naar gedrag, beleving en betekenis, in haar onderlinge samenhang. Tegelijkertijd ligt er een tweede, meer uitdagende beweging in de nieuwe visie. Als gewaagd doel is gesteld: “zorg uit handen geven door te bouwen aan krachtige gemeenschappen.” Dat spreekt de ouderenpsychologie aan in wat misschien wel haar volle reikwijdte is. Want waar het eerste uitgangspunt zich richt op het individu, gaat het tweede over de mens in relatie tot de ander. Over verbondenheid, interactie en wederkerigheid. Precies in dit systemisch denken ligt het werkterrein van de psycholoog in de ouderenzorg.

Maar een dergelijke ambitie roept ook de vraag op wat er nodig is om daar daadwerkelijk te komen. En daarmee ook: wat maakt dat een vakgroep haar positie kan verliezen, en wat vraagt het om die positie opnieuw op te bouwen?

Wie langere tijd binnen organisaties werkt, herkent het fenomeen dat een bepaalde manier van werken en kijken als het ware ‘in de muren’ lijkt te zitten. Alsof verandering nauwelijks mogelijk is. Vanuit psychologisch perspectief is dat echter geen eigenschap van gebouwen, maar van mensen en systemen. Het zit in het collectieve geheugen van een organisatie: in gedeelde ervaringen, aannames, verwachtingen en soms ook hardnekkige overtuigingen die zich in de loop der tijd hebben gevormd en telkens opnieuw doorgegeven kunnen worden.

Wanneer dat collectieve geheugen negatief gekleurd raakt, kunnen patronen ontstaan die zichzelf in stand houden. Verklaringen worden snel gevonden, oordelen raken ingesleten en successen en mislukkingen worden geïnterpreteerd vanuit wat men al dacht te weten. In zo’n context ligt het voor de hand dat gezocht wordt naar een ‘verklaring’ of zelfs een ‘schuldige’. Vaak wordt die impliciet of expliciet bij één groep neergelegd. Tegelijkertijd weten we dat dit zelden helpend is. Een vakgroep functioneert immers nooit los van de context waarin zij werkt.

Het doorbreken van dergelijke patronen begint daarom bij het erkennen dat het vraagstuk niet van één discipline of vakgroep is, maar van het gehele systeem. Pas wanneer die gezamenlijke verantwoordelijkheid wordt gezien en gedragen, ontstaat er ruimte om opnieuw te bouwen.

Vanuit die basis kan een vakgroep zich opnieuw ontwikkelen. Dat begint bij het hervinden van de kern van het vak: de passie voor het werken met ouderen en hun omgeving, en het vertrouwen in de eigen deskundigheid. Minstens zo belangrijk is het creëren van een veilige professionele context, waarin ruimte is voor uitwisseling, reflectie en het leren van ervaringen. Een plek waar collega’s elkaar kennen, versterken, aanvullen en bijsturen.

In dat proces is binnen Opella inmiddels een beweging zichtbaar. Een jonge groep collega-psychologen verlangt ernaar het negatieve van het verleden achter zich te laten en elkaar te steunen in het uitdragen van hun visie op wat de ouderenpsycholoog kan betekenen. Andere behandelaren zijn zich bewust geworden van wat er ontbrak in het verleden en nemen voorzichtig de uitnodiging tot samenwerking aan. De mogelijkheid om ook als praktijkopleidingsplek te functioneren is daarmee weer dichterbij.

Om deze ontwikkeling duurzaam te laten zijn, zijn duidelijke randvoorwaarden nodig. Structurele vormen van gezamenlijke reflectie, zoals intervisie, kunnen helpen om het vakinhoudelijk denken te verdiepen en te verbinden aan de praktijk. Dit ondersteund door groepssupervisie verkregen via de PgD. Daarbij is de aanwezigheid van senioriteit van groot belang: in de ouderenpsychologie ervaren GZ-psychologen die richting geven, voorbeeldgedrag laten zien en bijdragen aan de ontwikkeling van jongere collega’s.

Juist de jonge collega’s hebben de ruimte nodig om verder te groeien in hun vak als ouderenpsycholoog. Tegelijkertijd vraagt dit om een stevige professionele bedding. In dat licht is het wenselijk dat er binnen de vakgroep ten minste twee gedreven, ervaren en ambitieuze senior GZ-psychologen aanwezig zijn. Zij hebben een belangrijke rol in het bewaken van veiligheid en verbondenheid binnen de vakgroep, en in het vertalen van visie en inspiratie om met het gehele team te komen tot concrete producten en handelen in het gehele zorgproces.

Ook vraagt het om helderheid in werkwijzen en positionering. Producten, rollen en samenwerkingsafspraken moeten expliciet en herkenbaar zijn, zodat voor alle betrokkenen duidelijk is wat de bijdrage van de ouderenpsycholoog is binnen het zorgproces. Dit vraagt om een methodische opbouw: ontwikkelen, implementeren, evalueren en borgen. Dit in gesprek met alle betrokkenen.

Het management speelt hierin een essentiële rol. Niet alleen door randvoorwaarden te scheppen, maar ook door actief bij te dragen aan een cultuur van vertrouwen, openheid en onderlinge samenwerking. Eveneens ligt er een belangrijke verantwoordelijkheid bij teams en afdelingen, waar in het dagelijks werk beelden en verwachtingen ontstaan en worden doorgegeven. Juist daar is het van belang om aannames bespreekbaar te maken en te blijven toetsen aan de werkelijkheid.

Wanneer deze elementen samenkomen — gedeelde verantwoordelijkheid, inhoudelijke stevigheid, veilige samenwerking en duidelijke positionering — kan een vakgroep zich ontwikkelen tot een stabiele en gewaardeerde partner in het geheel van de zorg.

Werken als GZ-psycholoog in de ouderenzorg betekent immers werken in een van de meest complexe en veelzijdige contexten die het vak van psychologie kent. Met het ouder worden neemt de complexiteit van de mens en ook diens zorgvraag toe. Somatische aandoeningen, cognitieve veranderingen, levensgeschiedenis, verlieservaringen en sociale context grijpen voortdurend op elkaar in. Gedrag is zelden eenduidig te begrijpen en vraagt om een brede, systemische blik. De psycholoog beweegt zich daarmee continu op het snijvlak van cliënt, systeem en organisatie.

Daar ligt ook een volgende belangrijke ambitie: het verder ontwikkelen van een kwalitatief hoogwaardige opleidingsplek. Niet alleen om nieuwe professionals aan te trekken, maar vooral om een leeromgeving te creëren waarin het vak in de volle breedte wordt overgedragen. Opleiden betekent immers meer dan kennis delen; het gaat om voordoen, samen werken en het ontwikkelen van professioneel handelen in complexe situaties.

De opbouw van een vakgroep Ouderenpsychologie is daarmee geen project met een duidelijk begin en einde, maar een doorlopend proces. Binnen Opella worden hierin stappen gezet. De ambitie om de ouderenpsychologie te versterken wordt breed gedragen en krijgt steeds meer vorm in de praktijk. Dat biedt perspectief.

Er is nog een weg te gaan. Maar het is een weg die uitnodigt om verder te bouwen — aan een vakgroep, aan samenwerking en uiteindelijk aan zorg die recht doet aan de mens in al zijn complexiteit en verbondenheid.
Of ik daarvoor met mijn 68-tig jaar toekomstbestendig genoeg ben? Ik hoop eind van dit jaar mijn werk aan anderen overgedragen te hebben. Het is boeiend hiermee bezig te zijn maar het vraagt ook het nodige. 

Mocht je meer over Opella willen weten zie: De algemene website van Opella of over eventuele vacatures, zie: De vacature GZ-psycholoog bij Opella.

Er zijn nog geen reacties.

developed by