Tijdschrift Ouderenpsychologie onder de loep
Het Tijdschrift voor Ouderenpsychologie. Een waardevol tijdschrift voor de ouderenpsycholoog, dat wist ik al wel. Echter had ik het nog maar een enkele keer opengeslagen en vluchtig doorgebladerd. Herkenbaar? Deze keer ging ik ervoor zitten, las een hele editie en dit is wat ik eruit meeneem.
September 2024 verscheen de eerste editie van een nieuw Nederlandstalig wetenschappelijk tijdschrift specifiek voor ouderenpsychologen in Nederland en België; het Tijdschrift voor Ouderenpsychologie. Vanaf het begin leg ik het tijdschrift trouw apart op een stapel met het idee dat ik het in een vakantie zal lezen. De stapel groeit gestaag door, met inmiddels al negen uitgegeven edities. Toen ik vorige week naar deze stapel keek, voelde ik me haast een beetje beschaamd; zo’n mooie bak aan kennis en het lag te verstoffen. Daarom mijn voornemen om gewoon eens ergens te starten, één editie te lezen, en te merken wat het zou doen. Ik pakte de editie uit juni 2026, bestaande uit 3 wetenschappelijke artikelen, een boekbespreking en een pagina met nieuws uit de Ouderenpsychologie en een ‘slijpsteen voor de geest’.
Hoe kijk ik terug op het lezen van dit tijdschrift? Allereerst ben ik een paar mooie inhoudelijke inzichten rijker. De onderwerpen van deze editie zijn heel veelzijdig: persoonlijkheidsstoornissen bij ouderen, een nieuwe benadering voor ouderen met autisme en Video Interventie Ouderenzorg. Ik vond de artikelen soms helaas wat lastig ‘door te akkeren’ vanwege toch wel complexe termen. Zo kwam ik in een artikel over persoonlijkheidsfunctioneren de term “ter preventie van de amplificatie van persoonlijkheidspathologie” tegen, waar ik even kortsluiting van kreeg. In het tijdschrift is een boekbespreking opgenomen over tuinieren. Het begin van de bespreking bestaat uit een filosofische reflectie op de tuin en tuinieren, waarbij ik even aan het twijfelen gebracht werd over of deze boekbespreking juist geplaatst was in dit tijdschrift. Hierna werd echter de link gelegd met ouderen en de inzet van tuinieren als vorm van therapie. Het hoe en wat van deze therapie had wat mij betreft ook beschreven mogen worden – nu was het een cliffhanger – maar dat stimuleert natuurlijk wel tot het lezen van het hele boek. De pagina met nieuws uit de ouderenpsychologie vind ik een fijne manier om in één oogopslag te zien welke evenementen eraan komen en welke richtlijnen, publicaties en proefschriften recent zijn verschenen. De ‘slijpsteen voor de geest’, geschreven door Han Diesfeldt, vind ik een verfrissend concept; een eerder gepubliceerd wetenschappelijk artikel wordt hier kort ingeleid, met aansluitend een reflectievraag. Deze vraag zet de lezer aan het denken en nodigt uit tot het lezen van het originele artikel. Het antwoord op de reflectievraag is vervolgens te vinden op www.ouderenpsychologie.eu/slijpsteen.
Wat zijn mijn nieuw opgedane inzichten?
Is het niveau van persoonlijkheidsfunctioneren een adequate marker voor het vaststellen van een klinisch stadium bij ouderen met persoonlijkheidsstoornisen in de hoogspecialistische GGZ? (Conjaerts, Spauwen, Surer & Van Alphen, 2026)
- Het categorisch, dichotoom persoonlijkheidsmodel uit de DSM-5 laat weinig ruimte voor het specificeren van het klinisch stadium (ernst en beloop) van persoonlijkheids(dis)functioneren, terwijl het bepalen dan dit stadium waardevolle informatie kan opleveren voor de behandelindicatie en mogelijk ook voor het opstellen van een prognose.
- Het onderzoek toont aan dat niveau van persoonlijkheidsfunctioneren – gemeten met de LPFS-BF-2.0 – een geschikte marker is voor het bepalen van het klinisch stadium van persoonlijkheidsfunctioneren bij ouderen. Er zijn wel aanwijzingen dat specifieke normen voor ouderen wenselijk zijn.
Van diagnose naar dialoog: een nieuwe benadering voor ouderen met autisme (Jacobs, Blok, Videler, Geurts & Teunisse, 2026)
- Hoewel er steeds meer bekend is over ouder worden met autisme, is er weinig bekend over de persoonlijke ervaringen van ouderen die op latere leeftijd de diagnose autisme krijgen. De onderzoekers hielden interviews met achttien ouderen met een autismediagnose op latere leeftijd (60-77 jaar, 50% vrouw). Hieruit bleek dat een late diagnose zowel erkenning als rouw oproept, begrip creëert voor het eigen levensverhaal en kan leiden tot het opnieuw onderzoeken van de eigen identiteit.
- De schrijvers ontwikkelden hierna een gesprekstool die volwassenen met autisme helpt om persoonlijke wensen en grenzen te bespreken. Ze toetsten de tool en schaafden bij. De tool bestaat uit honderd gesprekskaarten, verdeeld over vijf thema’s: persoonlijk, terugkijken, kracht, contact en toekomst. De kaarten zijn op meerdere webshops verkrijgbaar (zoek hiervoor op “Wensen en grenzen: in gesprek met autisme, Frans Jacobs”)
De effectiviteit van Video Interventie Ouderenzorg (VIO) in het verpleeghuis (Van Leeuwen & Vollebergh, 2026)
- VIO is volgens Vilans één van inmiddels elf onderbouwde interventies voor het behandelen van probleemgedrag. Het huidig onderzoek was volgens de onderzoekers het eerste onderzoek naar de inzet van VIO in een intramurale setting bij zeven bewoners. De onderzoekers vonden een significante afname van aanwezigheid en ernst van probleemgedrag. De ervaren emotionele belasting van zorgmedewerkers was bij een eindmeting lager dan bij de beginmeting, maar dit verschil was niet significant. Hiervoor beschrijven de onderzoekers meerdere mogelijke verklaringen. Er is verder onderzoek in een grotere en gerandomiseerde steekproef nodig.
Door het lezen van dit artikel heb ik het voornemen om me te gaan verdiepen in de LPFS-BF-2.0 (iemand hier ervaring mee?), de gesprekstool over autisme aan te schaffen binnen mijn organisatie en zal VIO hopelijk wat eerder in mijn hoofd opkomen als het gaat om interventies bij onbegrepen gedrag.
Vanaf nu ga toch vaker tijd nemen om echt even voor dit tijdschrift te gaan zitten. Wie doet er mee?
Literatuurlijst:
Conjaerts, J. A., Spauwen, P. J., Sürer, S., & Van Alphen, S. (2026). Is het niveau van persoonlijkheidsfunctioneren een adequate marker voor het vaststellen van een klinisch stadium bij ouderen met persoonlijkheidsstoornissen in de hoogspecialistische GGZ? Tijdschrift voor Ouderenpsychologie, 2(4), 6-15.
Jacobs, F., Blok, M., Videler, A., Geurts, H., & Teunisse, J. (2026). Van diagnose naar dialoog: Een nieuwe benadering voor ouderen met autisme. Tijdschrift Voor Ouderenpsychologie, 2(4), 16-26.
Van Leeuwen, A., & Vollebergh, M. (2026). De effectiviteit van Video Interventie Ouderenzorg (VIO) in het verpleeghuis. Tijdschrift Voor Ouderenpsychologie., 2(4), 27-36.
Er zijn nog geen reacties.
Ga naar de loginpagina
op: 4 november 2026