woensdag, 1 juli 2026

De titel van de studiemiddag was: 'Vreemde eend in de bijt’. Waar hebben we het dan eigenlijk over? Het gaat over mensen die gedrag vertonen, dat sociaal niet aanvaardbaar is en wat ook niet helemaal past bij wat we verwachten van mensen. Ook al hebben ze cognitieve stoornissen. Voorbeelden zijn verbaal impulsief gedrag zoals pesten of beledigen. Gebrek aan empathie en dus jezelf centraal stellen. Of niet of onhandig reageren op emoties van anderen. Het gaat dus over mensen die zich niet of onvoldoende aanpassen aan wat een situatie vraagt. Nog een voorbeeld: niet even een handje helpen als iemand dat zichtbaar nodig heeft.  

We maken onderscheid tussen twee vormen van beperkingen. Sommige mensen zijn altijd al wat sociaal beperkt, bijvoorbeeld bij autisme, persoonlijkheidsproblematiek of een verstandelijke beperking. Anderen veranderen in hun sociale gedrag door NAH of dementie. We kunnen dit gedrag vanuit verschillende theoretische kaders bekijken: bijvoorbeeld met de bril van de klinische psychologie, de ontwikkelingspsychologie of de neuropsychologie. Bruikbare instrumenten zijn de HAP (Hetero Anamnestische Persoonlijkheidsvragenlijst) en de SEO (Schaal Emotionele Ontwikkeling). Die laatste geeft veel bruikbare taal en mooi materiaal om met elkaar in gesprek te gaan over welke behoeften en mogelijkheden iemand op sociaal en emotioneel gebied heeft. Helaas is de schaal nog niet aangepast voor gebruik bij oudere volwassenen. 

De term sociale cognitie is een begrip uit de neuropsychologie. Docent op deze middag is Sylvia Poorthuis, GZ-psycholoog in opleiding tot Klinisch Neuropsycholoog en Cognitief Gedragstherapeut VGCt bij Klimmendaal Revalidatiespecialisten. Sylvia heeft via Novicare ook vele jaren in de ouderenzorg gewerkt. Voor haar opleiding doet zij onderzoek naar sociale cognitie bij mensen met NAH. Zij presenteert allereerst het betrekkelijk eenvoudige driestadia-model van verwerking van sociale informatie: waarnemen, begrijpen en reageren. Deze indeling is behulpzaam om in je achterhoofd te hebben als je cliënten observeert of een (hetero)anamnese afneemt. Daarna staat ze stil bij actuele theorievorming over sociale cognitie aan de hand van het model van Eikelboom. Dit model geeft inzicht langs twee assen: cognitief (de zogenaamde theorie of mind) versus affectief (empathie) en lagere (reflexmatige) versus hogere (intellectuele) verwerking. Ook biologische, (neuro)psychologische en externe factoren zijn geïncludeerd in het model. Hier blijkt hoe complex sociale cognitie eigenlijk is. Er zijn vele hersengebieden bij betrokken die in grotere netwerken samenhangen. Het voert te ver het hele model in deze samenvatting te bespreken, Bestudeer daarom vooral de bijgevoegde powerpoint van Sylvia, met een duidelijke weergave van het model van Eikelboom.n 

In haar voordracht komen vervolgens diagnostische methoden aan de orde, waarbij zij  aangeeft welke onderdelen van het model van Eikelboom hier gemeten worden. Tenslotte pleit zij voor goede psycho-educatie en wat zij mooi noemt ‘ondertiteling’ van sociale processen: begeleiders die uitleggen wat er bedoeld of verwacht wordt in sociaal opzicht. Doel hiervan? is uiteindelijk dat ook mensen met problemen in de sociale cognitie kunnen participeren in sociale structuren en in verbinding kunnen zijn met hun dierbaren en verzorgers.  Met begeleidingsplannen of psycho-educatie aan omstanders kunnen mensen gezien worden en in hun behoeften, geaccepteerd. Zo kunnen ze erbij horen en verklein je het risico op kritiek of uitstoting. Gedragsverandering is niet altijd haalbaar, maar wel meer begrip of een andere omgeving (context) waardoor de triggers die het ongewenste gedrag uitlokken verdwijnen. 

Na de pauze hebben we in groepen casuïstiek besproken. Mooi om te zien hoe er meteen een nieuw denkkader ontstaat om gedrag te interpreteren. Bijvoorbeeld in de situatie van een vrouw met PPA-dementie die vaak heel dicht bij mensen gaat staan. Met goede begeleiding, aanvankelijk via gesproken, later geschreven taal en nog later non-verbaal, kan zij zich wél aanpassen en rekening houden met anderen. Begeleiders moeten hierin directief durven optreden. Vanuit kennis van sociale cognitie-beperkingen kan die sturing respectvol geboden worden en heeft dit niet het effect van corrigeren of terechtwijzen. Deze begeleiding, ondertiteling of sturing is ook nodig bij cliënten met wie je het contact in de wandelgangen soms liever even uit de weg gaat. Omdat ze je erg lang aan de praat houden of onderwerpen aansnijden die jou in verlegenheid brengen. Door het contact uit de weg te gaan, vervul je de niet behoefte aan gezien worden en verbinding niet. Beter is het contact te reguleren en zelf het initiatief te nemen, bijvoorbeeld door een gerichte vraag te stellen en zo het onderwerp van gesprek te bepalen.  

Al met al een bijzonder interessante middag, waarbij nieuwe theorie en kennis uit de neuropsychologie ons helpt om cliënten die zich moeilijk kunnen aanpassen aan sociale conventies, beter te begrijpen en begeleiden. Met dank aan Sylvia, die ondanks haar drukke agenda hier tijd voor vrij wilde maken. Wij wensen haar veel succes met haar opleiding tot klinisch neuropsycholoog! 

Er zijn nog geen reacties.

developed by